Dodelijke zorg
Het drama achter de verwaarloosde psychiatrische patiënt
Wanneer iemand psychisch ziek wordt, zou de zorg een veilige plek moeten zijn. Een plek waar iemand wordt gezien, gehoord en geholpen om zijn leven weer op te bouwen. Maar voor veel mensen in de psychiatrie voelt de werkelijkheid anders. Zij belanden in een systeem van wachtlijsten, personeelstekorten, protocollen, doorverwijzingen en steeds kortere behandeltrajecten. En ondertussen wordt er van hen verwacht dat ze zichzelf staande houden.
Wanneer zorg tekortschiet, kan verwaarlozing een vorm van schade worden.
Een van de grootste problemen is dat medicatie soms te snel het antwoord lijkt te worden. Iemand heeft angst, slaapproblemen, depressieve klachten, onrust of heftige emoties en voordat er werkelijk is onderzocht waar die klachten vandaan komen, ligt er een recept klaar. Medicatie kan absoluut waardevol en soms levensreddend zijn. Maar medicijnen zouden niet het alternatief moeten worden voor tijd, aandacht, psychotherapie en menselijke nabijheid.
Want een pil kan symptomen dempen, maar daarmee is het onderliggende verhaal van een mens nog niet verteld.
Achter psychiatrische klachten kunnen trauma, eenzaamheid, verlies, onverwerkte emoties, problemen met hechting, sociale omstandigheden of jarenlang opgebouwde pijn schuilgaan. Daarvoor bestaat geen simpele sneloplossing.
Toch lijkt de GGZ steeds vaker gevangen te zitten in een systeem waarin tijd geld kost. Bezuinigingen, personeelstekorten en hoge werkdruk zetten de menselijke maat onder druk. Hulpverleners moeten steeds meer mensen helpen met steeds minder tijd. Daardoor kan een patiënt veranderen in een dossier, een diagnose of een behandelindicatie.
En dat is misschien wel een van de gevaarlijkste ontwikkelingen.
Want iemand met een psychiatrische diagnose is geen diagnose.
Het is een mens.
Een mens die misschien jarenlang heeft geprobeerd overeind te blijven. Een mens die soms lastig gedrag laat zien omdat hij pijn heeft. Een mens die boos kan worden, zich kan terugtrekken, afhankelijk kan worden of steeds opnieuw om hulp kan vragen. Juist die mensen hebben vaak méér menselijke aandacht nodig, niet minder.
Daar komt nog iets bij: wanneer een behandeling niet werkt, wordt de verantwoordelijkheid soms ongemerkt teruggelegd bij de patiënt. De patiënt werkt niet goed mee. De patiënt is therapieresistent. De patiënt heeft complexe problematiek.
Maar soms moeten we ook durven vragen:
Heeft het systeem wel genoeg gedaan?
Was er voldoende tijd om iemand werkelijk te leren kennen?
Is er geluisterd naar wat iemand zelf aangeeft?
Is er gekeken naar de persoon achter de symptomen?
Zijn verschillende behandelvormen geprobeerd?
Was er continuïteit van zorg?
En wat gebeurt er wanneer iemand eindelijk vertrouwen krijgt in een behandelaar en die behandelaar vervolgens weer verdwijnt?
Voor iemand met ernstige psychische problemen kan zo'n breuk enorm ingrijpend zijn.
De GGZ bestaat gelukkig uit ontzettend veel betrokken en deskundige professionals die iedere dag hun best doen binnen een systeem dat hen óók overvraagt. De kritiek zou daarom niet alleen gericht moeten zijn op individuele hulpverleners. Het probleem zit veel dieper.
Het gaat over de manier waarop we psychiatrische zorg organiseren.
Over wachtlijsten.
Over personeelstekorten.
Over bureaucratie.
Over financiële prikkels.
Over versnipperde behandeling.
Over het gebrek aan continuïteit.
Over de neiging om complexe menselijke problemen terug te brengen tot classificaties en protocollen.
En over een samenleving waarin psychisch lijden steeds vaker wordt behandeld als iets wat zo snel mogelijk beheersbaar moet worden gemaakt.
Maar een mens is geen probleem dat je zo snel mogelijk moet oplossen.
Soms heeft iemand geen nieuwe diagnose nodig, maar iemand die blijft.
Geen nieuwe verwijzing, maar verbinding.
Geen hogere dosering, maar een gesprek.
Geen standaardprotocol, maar nieuwsgierigheid naar het individuele verhaal.
En soms is medicatie noodzakelijk. Soms is opname noodzakelijk. Soms is intensieve psychiatrische behandeling letterlijk levensreddend. Daar mogen we niet naïef over zijn.
Maar juist daarom moeten we zorgvuldig zijn.
Want goede psychiatrische zorg gaat niet alleen over het onderdrukken van symptomen. Het gaat ook over herstel, autonomie, relaties, betekenis en opnieuw leren vertrouwen in jezelf en in anderen.
Dodelijke zorg ontstaat niet alleen wanneer iemand geen hulp krijgt. Het kan ook ontstaan wanneer iemand wel hulp krijgt, maar niet de juiste hulp, niet op tijd, of zonder werkelijk gezien te worden.
Daarom moeten we blijven vragen:
Wat gebeurt er met mensen die tussen de mazen van het systeem vallen?
Wie ziet de mens wanneer het dossier wordt gesloten?
En hoeveel leed had misschien voorkomen kunnen worden als we eerder hadden geluisterd?
Psychiatrische zorg zou nooit alleen moeten draaien om het beheersen van gedrag.
Het zou moeten draaien om het begrijpen van mensen.
Want achter iedere diagnose zit een verhaal.
En achter ieder verhaal zit een mens die, hoe ingewikkeld zijn of haar leven ook is geworden, nog altijd de moeite waard is om voor te vechten.
Reactie plaatsen
Reacties