Mijn eerste ervaringen in de psychiatrie

Gepubliceerd op 16 september 2026 om 13:18

 

Mijn eerste ervaringen met de psychiatrie

Halverwege de jaren negentig kreeg ik voor het eerst psychologische hulp. Ik was somber, voelde me minderwaardig en had al gedachten aan de dood. Uiteindelijk raakte ik steeds verder verwijderd van het gevoel dat mijn leven waarde had.

In 2002 kwam ik opnieuw in de psychiatrie terecht. Dit keer was de situatie veel ernstiger. Ik had meerdere suïcidepogingen gedaan en werd vanaf juli 2002 behandeld bij het Regionaal Psychiatrisch Centrum in Woerden. Na een nieuwe poging werd ik opgenomen. Vanaf september volgde ik drie dagen per week het programma van groep 2B.

Ik herinner me de psychiatrie niet als één groot zwart gat. Het was juist een wereld met ontzettend veel verschillende kanten.

Op de open afdeling genoot ik van de vrije tijd tussen de behandelschema's door. Ik trok op met medecliënten, maakte vrienden en kon soms gewoon lachen. Er waren mensen met wie ik me verbonden voelde. Ik kreeg zelfs gevoelens voor een vrouwelijke medecliënt. Dat liep uiteindelijk pijnlijk af, maar het liet mij ook zien dat er ondanks alles nog steeds ruimte was voor liefde, vriendschap en verlangen naar verbinding.

Tegelijkertijd zag ik binnen de psychiatrie ook de meest verschrikkelijke dingen. Ik maakte ruzies en escalaties mee. Ik zag mensen die zichzelf verwondden en ik werd geconfronteerd met de suïcide van medecliënten. De psychiatrie kon daardoor soms een ongelooflijk zware plek zijn.

Soms voelde het als een hel om daar te leven. Op andere momenten voelde het als de veiligste plek die ik kende.

Het RPC werd mijn tweede thuis

Mijn eigen situatie werd regelmatig heel instabiel. Ik kon ontzettend wanhopig worden en had moeite om hulp te vragen op het moment dat ik die het hardst nodig had.

Er ontstond ook een ingewikkelde relatie met medicatie. In mijn beleving kreeg ik niet altijd de medicatie die ik nodig had. Vanuit mijn wanhoop ging ik soms dingen vertellen of verzinnen om medicatie te krijgen. Ik vertelde bijvoorbeeld dat ik slaaptekort had en op een gegeven moment zelfs dat ik psychotische klachten had. Ik wilde medicatie kunnen bewaren voor het moment waarop mijn gedachten mij weer naar de afgrond zouden duwen.

Dat was geen spelletje. Het kwam voort uit een enorme angst voor mezelf en voor wat er kon gebeuren wanneer mijn gedachten het overnamen.

Op een bepaald moment moest ik van mijn psychiater naar huis, terwijl ik eigenlijk helemaal niet naar huis wilde. Thuis was ik op dat moment niet meer gewenst omdat mijn familie bang was dat ik opnieuw suïcide zou plegen.

Mijn angst en wanhoop werden zo groot dat ik de avond ervoor te veel antipsychotische medicatie innam met de gedachte dat ik niet meer wakker zou worden en daardoor niet naar huis hoefde.

Ik werd de volgende ochtend wel wakker. Ik voelde me verschrikkelijk en schaamde me. Ik vertelde niet wat ik had gedaan en stapte uiteindelijk, onder druk van de verpleging, toch in de auto.

Een paar honderd meter voor mijn huis verloor ik de macht over het stuur. Ik belandde tegen een boom, vlak voor een sloot. Ik was buiten bewustzijn, maar ergens in de verte hoorde ik mensen roepen en de sirenes van een ambulance.

Ik kwam weer bij in het ziekenhuis en werd daarna teruggebracht naar het RPC, naar de gesloten afdeling.

Ik was geschrokken.

Maar diep van binnen voelde ik ook iets wat misschien moeilijk uit te leggen is:

ik was blij dat ik weer terug was.

Ik was weer op de plek waar mensen mij kenden. Waar ik niet alles hoefde uit te leggen. Waar ik beschermd werd tegen mezelf.

Het RPC was daardoor langzaam mijn tweede thuis geworden. Uiteindelijk werd zelfs afgesproken dat ik zeven dagen per week in het Beddenhuis van het RPC kon overnachten, omdat mijn moeder en broer vanwege mijn suïcidale gedrag enorm onder druk stonden.

Langzaam weer vooruit

Mijn weg uit die periode ging niet vanzelf. Er waren terugvallen, momenten van zelfbeschadiging, sombere gedachten en nachten waarin ik eindeloos bleef piekeren. Soms hoorde ik in mijn hoofd mijn eigen negatieve gedachten alsof het verschillende stemmen waren. Tegelijkertijd wist ik dat het mijn eigen gedachten waren.

Maar langzaam veranderde er iets.

Mijn stemming werd stabieler. Mijn somberheid nam af. Medicatie werd aangepast en ik kreeg meer structuur. Ik begon weer na te denken over vrijwilligerswerk, beschermd wonen en een toekomst buiten de psychiatrie.

In april 2003 werd ik officieel geïndiceerd voor beschermd wonen. De gedachte daarachter was dat ik nog niet voldoende zelfstandig was om helemaal alleen te wonen.

Dat was tegelijkertijd een erkenning van mijn kwetsbaarheid én een nieuwe stap richting zelfstandigheid.

Een leven buiten de psychiatrie

Langzaam begon ik mijn leven weer op te bouwen. Ik ging naar beschermd wonen en probeerde opnieuw mijn plek te vinden. Ik deed activiteiten, zocht vrijwilligerswerk en probeerde steeds zelfstandiger te worden.

Maar mijn leven werd daarmee niet ineens gemakkelijk. De psychiatrie bleef nog jaren onderdeel van mijn leven. De behandeling in Woerden liep uiteindelijk door tot mei 2004, waarna mijn behandeling werd overgenomen door het RPC in Nieuwegein.

Mijn leven heeft daarna nog veel verschillende hoofdstukken gekend. Er zijn perioden geweest waarin het goed ging en perioden waarin ik opnieuw vastliep. Ik heb moeten leren omgaan met mijn kwetsbaarheid, mijn emoties, mijn onzekerheid en mijn behoefte aan verbinding.

Wie ik nu ben

Wanneer ik tegenwoordig naar mijn verleden kijk, zie ik niet alleen de man die ooit meerdere keren probeerde zijn leven te beëindigen.

Ik zie ook iemand die bleef zoeken.

Naar veiligheid.
Naar liefde.
Naar vriendschap.
Naar erkenning.
Naar een plek waar hij mocht zijn wie hij was.

Ik heb ervaren hoe het is om aan de rand van de afgrond te staan. Ik weet hoe het voelt om jezelf waardeloos te vinden. Ik weet hoe ingewikkeld de psychiatrie kan zijn. Maar ik weet inmiddels ook dat een mens veel meer is dan zijn diagnose, zijn dossier of zijn slechtste momenten.

Mijn ervaringen hebben mij gevormd tot de persoon die ik nu ben. Ze hebben mij geleerd hoe belangrijk het is dat iemand werkelijk naar je luistert. Niet alleen naar je problemen, maar naar de mens achter die problemen.

Daarom ben ik uiteindelijk ook ervaringsdeskundige geworden.

Ik wil mijn ervaringen niet verbergen. Ik wil ze gebruiken om verbinding te maken met anderen. Om te laten zien dat herstel niet betekent dat je je verleden uitwist. Het betekent voor mij dat je leert om met dat verleden te leven en ondertussen steeds meer ontdekt wie je zelf bent.

Mijn levensverhaal gaat daarom niet alleen over wat mij is overkomen.

Het gaat ook over het feit dat ik er nog ben.

Over vallen en weer opstaan.

Over mensen verliezen en nieuwe mensen ontmoeten.

Over donkere periodes en momenten van hoop.

Over een psychiatrisch centrum dat ooit mijn tweede thuis werd.

En uiteindelijk over de zoektocht naar een thuis in mezelf.

 
 

 

 

Reactie plaatsen

Reacties

Maryse
een uur geleden

Dankjewel voor jouw openheid, lieve Mario. Inspirerend hoe jij woorden geeft aan jouw verhaal en jouw weg van herstel. Liefs. Maryse